Dierenwelzijn is gebaseerd op de vijf vrijheden van dieren. Deze vrijheden zijn in 1965 door de Britse Brambell-commissie voorgesteld en later verfijnd door de Animal Welfare Council.
Deze vijf vrijheden zijn:
- Vrij zijn van dorst, honger en ondervoeding door de beschikbaarheid van vers water en voer waarmee een optimale gezondheid en energiehuishouding wordt gegarandeerd.
- Vrij zijn van fysiek en fysiologisch ongerief door een geschikte huisvesting te bieden, inclusief een comfortabele rust- en schuilplaats.
- Vrij zijn van pijn, verwondingen en ziektes door deze te voorkomen en wanneer deze toch optreden, door ze snel en adequaat te diagnosticeren en te behandelen.
- Vrij zijn om het normale gedrag te kunnen uitvoeren door voldoende bewegingsvrijheid te geven, in een daartoe geschikte stalruimte, en door sociale huisvesting met soortgenoten.
- Vrij zijn van angst en chronische stress door huisvesting en management die angst en stress voorkomen.
De Welzijnswijzer heeft deze vijf vrijheden als uitgangspunt.